De rui: kale nekken en drie weken zonder eieren
Op een ochtend in de eerste week van september zag de ren eruit alsof er een kussen was ontploft. Veren op het zand, veren in de drinkbak, veren aan het gaas. Twee van de drie hennen hadden kale plekken in de nek en op de rug, de derde zag er nog normaal uit maar liep met de staart naar beneden. Niemand was ziek. Het was de rui, de jaarlijkse vervanging van het verenpak, en bij ons komt die elk jaar zodra de dagen merkbaar korter worden, dit jaar iets vroeger dan vorig jaar.
Tijdens de rui stopt het leggen. Dat is geen toeval: een nieuw verenpak bestaat voor een groot deel uit eiwit, en een ei ook, en een kip kan niet beide tegelijk. Bij ons gingen we van dertien eieren in de laatste week van augustus naar nul in de tweede week van september, en dat bleef zo tot bijna de eerste week van oktober. Drie weken zonder eieren, terwijl de kippen gewoon doorgingen met eten. Het jaar ervoor was het vier weken, en ik had toen nog gedacht dat er iets mis was.
Wat ik anders doe in deze weken is vooral het voer. Normaal krijgen ze legkorrel en wat groen uit de tuin; tijdens de rui voeg ik eiwit toe: een paar keer per week een gekookt en fijngeprakt ei met de schaal erbij, een handje gedroogde meelwormen verdeeld over drie plekken zodat de laagste in rang ook iets krijgt, en minder brood en graan, omdat dat vooral vulling is. De nieuwe veren groeien als blauwgrijze pennen uit de huid, en die pennen zijn gevoelig: ik til de kippen in deze weken niet op en controleer alleen van een afstand of de huid niet rood of open wordt.
Verder: het hok vaker uitmesten, omdat de veren met de mest een natte koek vormen die slecht ruikt. En geduld. Op 2 oktober lag er weer een ei, klein en met een dunne schaal, en een week later waren het er weer twee per dag. De kippen zien er nu uit als nieuw, met glanzende veren die dichter zitten dan de oude, precies op tijd voor de kou. Elk jaar schrik ik er toch weer een beetje van, en elk jaar schrijf ik op dat het gewoon de rui is.