Drie Kippen

Drie kippen in een stadstuin van veertig vierkante meter: ren, voer, winter en de buren.

Voer: legkorrel, groen, grit en wat de tuin niet overleefde

2025-03-15 · 3 min lezen

Het basisvoer is legkorrel, ongeveer 120 gram per kip per dag, in een hangende voerbak die ik elke ochtend vul en die halfvol is als ik ’s avonds het hok sluit. Korrel en geen meel, omdat meel in onze ren bij regen aankoekt en omdat de kippen uit meel de lekkere stukjes pikken en de rest laten liggen. Naast de voerbak staan twee kleinere bakjes die altijd gevuld zijn: een met grit, kleine steentjes die in de maag het voer helpen vermalen, en een met gebroken schelpen voor de kalk van de eierschaal. Die twee staan apart omdat elke kip zelf het beste weet hoeveel ze ervan nodig heeft. In de eerste maanden had ik ze door het voer gemengd en kreeg ik eieren met zachte schalen.

Groen krijgen ze elke dag. In het seizoen is dat wat de tuin te veel heeft, in de winter een krop sla of een restje kool, opgehangen aan een touwtje zodat ze ernaar moeten springen en het niet in het zand trappen. Keukenresten gaan erbij, maar niet alles. Geen rauwe aardappelschillen en geen groene aardappel, geen avocado, geen ui, geen beschimmeld brood, geen zoute of gesuikerde dingen. Wel gekookte rijst, groente, fruit zonder pit, een beetje oud brood. Brood is bij ons een traktatie van een paar sneden per week, geen voer; de eerste winter gaven ze het liefst brood en lieten ze de korrel liggen, met slappe eieren als gevolg.

Dan de tuin. De eerste winter mochten ze een paar uur per dag vrij in de hele tuin scharrelen, en in maart heb ik de rekening gezien: het bloembed langs de schutting was omgewoeld tot op de wortels, de bollen van de krokussen lagen bovenop, het gras achter de schuur was kaal tot op het zand en op de plek waar het ’s middags zonnig is, lag een zandkuil van veertig centimeter doorsnee, hun stofbad. Drie kippen kunnen in een winter meer grond verzetten dan ik met een schoffel in een jaar.

Sinds het voorjaar is het bloembed afgezet met een laag hekje van wilgentenen van vijftig centimeter, dat ze respecteren zolang er geen wormen aan de andere kant zichtbaar zijn. Het stofbad hebben ze in de ren gekregen: een oude autoband gevuld met zand en een scheutje houtas, waar ze dagelijks in rollen. Het vrij scharrelen is beperkt tot de uren dat ik in de tuin ben, en de moestuinbak heeft een net. Het gras achter de schuur heb ik opgegeven. Daar ligt nu houtsnippers, en de kippen zijn daar veel gelukkiger mee dan ik ooit met het gras was.